Zusters dominicanessen Lubbeek

  Welkom bij de dominicanessen van Lubbeek op het internet!  


ONZE GESCHIEDENIS

De pioniers

I. Nog in 1866, het jaar van de stichting van de congregatie, stichtte zuster Catharina Scheys in Lubbeek een plaatselijke afdeling van de dominicaanse lekenorde. Daarnaast  richtte ze een congregatie van O.-L.-Vrouw op.
Tien jaar later is onder haar leiding een kostschool geopend.

II. Zuster Dominica De Ruyter, de tweede priorin (1880-1908), was de nicht van zuster Catharina. Zij heeft mee het initiatief van de stichting van Lubbeek genomen. Onder haar leiding is de uitbreiding  van de congregatie begonnen.

In Lubbeek kwamen naast de kostschool een weeshuis en een tehuis voor bejaarde vrouwen. In Lubbeek St.-Bernard kwam in 1908 een meisjesschool.

Maar men beperkte zich niet tot Lubbeek. Gaandeweg, naarmate de congregatie aangroeide, begon ze haar vleugels in Brabant en  Limburg uit te strekken. Ook in Wallonië hebben zusters op verschillende plaatsen kortere of langere tijd gewerkt.

Een eerste bijhuis was al in 1874 geïnstalleerd in een nieuw schoolgebouw te Vertrijk. Er gingen drie zusters wonen en werken. Belangrijke stichtingen waren die in Zichen-Zussen-Bolder. Eerst kwamen op vraag van de plaatselijke pastoor drie zusters naar de parochieschool. Later werd in Zussen een klooster gesticht. De zusters van de gemeenschap zorgden niet allen voor onderwijs. Ze bewezen ook dienst in de zieken- en bejaardenzorg.
In deze drie woonkernen hebben de dominicanessen een opmerkelijke uitstraling gehad. Niet minder dan 25 jonge vrouwen zijn bij hen of in een andere zustercongregatie ingetreden.
Voorts werd een huis geopend in St.-Huibrechts-Lille en Oostham. In Boorsem openden enkele zusters een schooltje, evenals in Neervelp en Gelrode. De school in St.-Huibrechts-Lille moest in 1929 geslotenworden wegens gebrek aan gediplomeerde leerkrachten. 
In Neervelp is de meisjesschool in 1967 opgegeven  wegens tekort aan leerlingen.

Actief in Wallonië

Het kan verwondering wekken dat de congregatie gedurende een aantal jaren op zo veel plaatsen in Wallonië onderwijs heeft verstrekt. De verklaring is niet ver te zoeken. Dankzij de brede aantrekkingskracht van haar kostschool in Lubbeek heeft ze zich 'geInternationaliseerd'. Tot in het begin van de vorige eeuw zijn  regelmatig anderstalige leerlingen dominicanes geworden. Niet alleen Franstalige. De statistieken vermelden 13 Duitse en 11 Engelstalige zusters, naast een lijstje van 10 Nederlandse.
Het begon met een schooltje in Oleye, in de buurt van Borgworm (Waremme), in 1899 geopend op vraag van de pastoor. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog werd het diploma van de zusters ongeldig verklaard omdat ze de Duitse nationaliteit hadden. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog hebben ze de school verlaten.
Later in 1899 werd, eveneens op vraag van de plaatselijke pastoor, een schooltje geopend in Sint-Léonard, bij Hoei. Oudere zusters vertelden dikwijls hoe lastig het voor hen was de berg te beklimmen om in La Sarte naar de kerk te gaan.
In 1925 hebben de zusters de school verlaten.
In Flône, een dorp tussen Hoei en Luik, namen de zusters in 1901 een derde initiatief. Maar hier was het van zeer korte duur. Na 3 jaar werden ze vervangen door Franse religieuzen die uit hun land waren verdreven.
Een aantal jaren werkzaam in het onderwijs waren onze zusters later nog  in Loth (1934-1956), Hévillers (1936-1952), Lathuy (1938-1964), Eben-Emael (1941-1966) . In
Loth namen ze een domein van ongeveer 1 ha over van de Zusters van Gosselies. Het vervallen en verouderde gebouw werd omgevormd tot een gerieflijk klooster en goede klaslokalen. In Eben-Emael waren het klooster en de schoolgebouwen van Franse zusters in 1941 totaal verwoest. Drie van onze zusters werden erheen gezonden. In 1952 zijn nieuwe klaslokalen gebouwd.
Maar op enkele plaatsen zijn ze daarnaast in de ziekenzorg actief geweest. In 1988 namen onze zusters in Val Saint-Lambert de bediening van de kliniek van de glasblazerij over van de Zusters van Maria. Ze hebben daar gewerkt tot in 1949. Voor thuisverpleging zorgden enkelen van onze zusters in Brugelette (1939-1949). In Forges, nabij Chimay, hebben ze van 1945 tot 1949 onderwijs gecombineerd met ziekenverpleging aan huis.
De reden waarom ze hun werk op al die plaatsen hebben opgegeven was telkens dezelfde: het wegvallen van leerkrachten en verplegenden die vlot Frans konden spreken.

De grote uitzondering was het ziekenhuis in Waremme, door onze zusters overgenomen van de Dochters van het Heilig Kruis in 1940. Pas dit jaar zijn de zusters die er nog verbleven naar Lubbeek verhuisd.
Meer hierover kan u lezen in de rubriek Nieuws.

De eerste algemene priorin

De eerste algemene priorin van onze congregatie, van 1908 tot 1933, was zuster Imelda Van Der Hegen. Zij zorgde voor een eigen onderkomen voor de jonge zusters in Leuven kwamen studeren. In 1930 kocht de congregatie voor hen een villa die als klooster werd ingericht. Later huurde men voor hen een verlaten weeshuis in het Leuvense begijnhof. In dit huis konden ook dames komen wonen. Nog in Leuven is in 1931 een kostschool voor jongens van 4 tot 8 jaar. Na één jaar werd ze echter overgebracht naar  naar Lubbeek-St.-Bernard.
In Leuven bleven er zusters tot na de Tweede Wereldoorlog. Het dameshuis van het begijnhof werd verlaten en een nieuw huis werd geopend in de Naamsestraat (1935). In 1952 werd het gesloten en verkocht. Enkele zusters hebben ook dienst gedaan in het Amerikaans College. Ze vertrokken er in 1951.

Twee stichtingen  van zuster Imelda hebben een grote invloed gehad op de ontwikkeling van de congregatie: 'Ster der Zee' in Koksijde en de missiepost in Congo. Hiena worden ze apart beschreven.


Koksijde

In 1921 heeft de congregatie  een villa in Koksijde overgekocht van Portugese zusters die naar hun landen werden teruggeroepen. Moeder Imelda ging daar samen met vier zusters wonen. Ze wilden beginnen met twee soorten apostolaat. Enerzijds: een familietehuis aanbieden aan gezinnen die naar de kust op vakantie kwamen. Maar anderzijds en vooral: arme, verzwakte en ondervoede kinderen verzorgen. Het familietehuis kreeg de naam 'villa Sint-Jozef'. Het tehuis voor kinderen werd onder de bescherming van 'Maria Ster der zee' geplaatst.
Aanvankelijk beschikten ze over de oude villa en twee ernaast gebouwde houten barakken. Het werd snel duidelijk dat er zou moeten gebouwd worden, zeker als men degelijk werk wilde maken van de zorg voor de kinderen. Men voorzag in meer en vernieuwde slaapgelegenheden, er kwamen klaslokalen, eetzalen en recreatiemogelijkheden. Tot in 1928 diende een van de barakken als kapel. In dat jaar is een mooie en ruime kapel in romaanse stijl gebouwd.
Bij het uitbreken van de oorlog in 1940 werd 'Ster der zee' een echt toevluchtsoord voor vluchtelingen. Tijdens de oorlog zijn de gebouwen bezet geweest door Duitse soldaten.

De geleidelijke aangroei van het aantal kinderen heeft meegebracht dat er in de jaren '50 veel moest gebowd en verbouwd worden. Vanaf 1964 waren ook zeeklassen welkom. In het zomerseizoen verbleven er in het opvangcentrum en het klooster ruim 1.000 personen.

Maar de voortdurende veranderingen en de strengere eisen van de wet legden een toenemde last op de zusters. Bovendien begon het aantal zusters  zienderogen te verminderen. Dit  heeft de congregatie voor de noodzaak geplaatst het klooster en het opvangcentrum in 1990 te sluiten. Met veel spijt in het hart heeft ze de gebouwen en de grond verkocht. Het kerkgebouw staat er nog steeds, nu een beetje vereenzaamd  naast appartementsgebouwen.

 

Missionering in Congo

Eind augustus 1930 kwam mgr. Van Uytven, bisschop van Buta, naar Lubbeek om aan moeder Imelda zusters voor zijn bisdom te vragen. Hun bestemming zou LOLO zijn, in de Evenaarsprovincie. Deze missiepost werd bediend door de paters Norbertijnen van Tongerlo en Postel. Moeder Imelda ging op zijn verzoek in. Drie zusters reisden  in juli naar Congo. Toen ze in Matadi ontscheepten moest één van hen, zuster Bernadette, wegens ziekte met dezelfde boot terugkeren. In november scheepten weer twee zusters in. Lolo konden  ze gaan wonen in een stenen huis met drie kamers, een refter en een keuken, maar er was geen zoldering. De taak van de zusters werd onderwijs en zorg voor catechumenen en vrouwen die zich voorbereidden op het huwelijk. Enkele in klei opgetrokken bouwwerkjes dienden als klaslokaal. Dat was het bescheiden begin.
De bisschop was ook naar de zusters Apostolinen van Antwerpen getrokken om hulp te vragen voor de missiepost van Moenge, aan de overkant van de riivier. Maar zijn vraag kreeg geen respons. Hij kwam dan weer in Lubbeek aankloppen. Moeder Imelda zond zuster Madeleinde, die net haar studie 'tropische ziekten had voltooid, samen met nog twee zusters. In 1933 moest de dokter van Lolo met zijn echtgenote, verpleegster, om gezondheidsredenen naar België terugkeren. Zuster Madeleine verliet Moenge en ging naar Lolo om hem te vervangen. In Moenge was in 1935 het stenen huis klaargekomen, maar onze zusters konden van deze bescheiden luxe niet profiteren. Ze moesten naar Lolo, want er kwamen nu toch  zusters Apostolinnen.
De leef- en werkomstandigheden in dit tropisch gebied wogen zwaar op gezondheid van de zusters. Regelmatig moest iemand, door ziekte geveld, voor een hele tijd of definitief naar het vaderland terugkeren. Maar in de loop der jaren is het aantal van onze missionarissen toch blijven groeien. Er kwamen ook regelmatig nieuwe vragen om steun en hulp. Er werd in Lolo ook naarstig gebouwd, onder meer een kerk, een kraamkliniek en een internaat voor de kinderen die niet elke dag naar huis konden gaan.  

Een rampzalig keerpunt ook voor onze zusters was de bloedige rebellie van 1964. De bisschop raadde hen allen aan te vluchten, maar twee zusters weigerden te vertrekken. De andere kwamen uiteindelijk in Kinshasa terecht, waar ze een veilig onderkomen vonden bij de Zuasters van het Heilig Hart. Om de missie niet voorgoed in de steek te laten wilden ze daar blijven tot betere tijden. Maar eind 1964 riep de toenmalige algemene priorin zuster Jozefa alle zusters terug naar huis.
In 1967 keerden de paters missionarissen terug naar Lolo. Het viel daar al bij al nog mee. Er was weinig verwoest en geplunderd. Datzelfde jaar kwamen ook vijf zusters naar de missie. Men kon weer aan de slag. Tot in 1988 hebben zusters de missiepost van Lolo bevolkt. Toen is ons werk overgenomen door de Congolese dominicanessen van Niangara. In 1994 heeft zuster Hélène NDOYDE, die in Lubbeek haar noviciaatsopleiding had gekregen, daar een nieuwe congregatie gesticht: de Soeurs dominicaines diocésaines de Notre-Dame du Rosaire. Dit jaar is ze in Lubbeek op bezoek gekomen (zie de rubriek 'Nieuws').

Ons missiewerk wordt voortgezet door goede erfgenamen! We blijven ze ook steunen.


 
  Alfonse JOOSTEN
tweede algemene priorin (1933-1948)

 

Jozefa VAN ESCH
derde algemene priorin (1948-1969)